Jonge generatie kan Nederlandse spaarreflex doorbreken én bijdragen aan Europese investeringsambities
Nederland kent binnen Europa de grootste groep mensen die zegt niet te gaan beleggen. Maar liefst 42% van de Nederlanders sluit beleggen volledig uit, terwijl dat in andere onderzochte landen rond de 30% ligt. Dat staat op gespannen voet met de Europese ambitie om meer spaargeld richting investeringen te bewegen, zodat ondernemingen meer kapitaal krijgen voor innovatie, productiviteit en economische groei. Nieuw internationaal onderzoek van ING Research, uitgevoerd door Ipsos, laat zien dat vooral jongere Nederlanders vaker beleggen of dat overwegen. Die ontwikkeling kan op termijn bijdragen aan meer vermogensopbouw voor huishoudens én meer kapitaal voor investeringen en economische groei.
Nederlandse huishoudens spaarden in 2025 ruim 6% van hun inkomen, ruim twee procentpunt meer dan gemiddeld in de tien jaar vóór de coronapandemie. Op Nederlandse bankrekeningen staat gemiddeld zo'n €10.000 meer dan in andere eurolanden. Tegelijkertijd houden Nederlanders minder vermogen aan in liquide beleggingen zoals aandelen, beleggingsfondsen en ETF's. De gemiddelde Nederlandse huishoudportefeuille bevat ongeveer €25.000 aan dergelijke beleggingen, terwijl dat in de onderzochte eurolanden gemiddeld circa €43.000 bedraagt. Daardoor bestaat 24% van het vrij belegbare vermogen van Nederlandse huishoudens uit liquide beleggingen; in de rest van de eurozone is dat aandeel 38%.
Marieke Blom, hoofdeconoom van ING: “Nederlanders zijn kampioen geld opzijzetten, maar dat geld blijft opvallend vaak op de bank staan. Dat geeft zekerheid en past bij ons sterke pensioenstelsel, maar het betekent ook dat huishoudens minder rechtstreeks profiteren van de groei van bedrijven. Europese politici willen dit graag veranderen omdat het mes aan twee kanten snijdt: huishoudens kunnen op lange termijn meer vermogen opbouwen en ondernemingen krijgen meer risicodragend kapitaal om te investeren en te groeien.”
Nederlanders zijn kampioen geld opzijzetten, maar dat geld blijft opvallend vaak op de bank staan. Dat geeft zekerheid en past bij ons sterke pensioenstelsel, maar het betekent ook dat huishoudens minder rechtstreeks profiteren van de groei van bedrijven.Marieke Blom, hoofdeconoom van ING
De terughoudendheid van Nederlanders komt niet alleen voort uit een afkeer van risico. Bijna drie op de tien Nederlanders geven aan niet te hoeven beleggen omdat hun pensioenvoorziening en opgebouwde vermogen voldoende zijn. Daarnaast bouwen Nederlanders relatief veel vermogen op via pensioenfondsen, de eigen woning en niet-beursgenoteerde ondernemingen. Ook hypotheekaflossingen leggen beslag op een deel van de beschikbare besparingen.
Geld op bankrekeningen speelt een belangrijke rol in de economie. Banken kunnen spaargeld gebruiken om kredieten te verstrekken en moeten daarbij zorgvuldig met risico omgaan, zodat spaarders op hun geld kunnen rekenen. Dat past goed bij financiering van gevestigde bedrijven, maar minder bij jonge, snelgroeiende ondernemingen die risicodragend kapitaal nodig hebben. Een bredere mix van sparen en beleggen kan daarom helpen om de financieringsbasis van de Europese economie te versterken.
Marieke Blom: “Als meer mensen beleggen is er meer kapitaal voor bedrijven die willen innoveren en groeien. Het is daarom niet verrassend dat beleidsmakers in Nederland en Europa ernaar streven dat de mix wat van sparen naar beleggen verschuift.”
Als meer mensen beleggen is er meer kapitaal voor bedrijven die willen innoveren en groeien. Het is daarom niet verrassend dat beleidsmakers in Nederland en Europa ernaar streven dat de mix wat van sparen naar beleggen verschuift.Marieke Blom, hoofdeconoom van ING
Voor een grote groep blijft de stap naar beleggen ver weg. 44% van de Nederlanders ziet beleggen als gokken in een casino. Daarnaast zegt 39% onvoldoende kennis te hebben om te beleggen. Een derde geeft aan geneigd te zijn te verkopen wanneer een belegging stevig in waarde daalt.
Die reactie staat op gespannen voet met eenvoudige uitgangspunten voor langetermijnbeleggen: alleen geld beleggen dat lange tijd kan worden gemist, breed spreiden, kosten laag houden en niet voortdurend handelen. Zulke vuistregels nemen risico’s niet weg, maar kunnen mensen wel helpen om bewustere financiële keuzes te maken.
Marieke Blom: “Veel mensen denken dat succesvol beleggen draait om het perfecte instapmoment of om de markt te verslaan. Voor particuliere beleggers gaat het juist om tijd, spreiding en rust. Simpel en saai beleggen vermindert op termijn ook de risico’s.”
Veel mensen denken dat succesvol beleggen draait om het perfecte instapmoment of om de markt te verslaan. Voor particuliere beleggers gaat het juist om tijd, spreiding en rust.Marieke Blom, hoofdeconoom van ING
De terughoudendheid onder Nederlanders is het grootst bij oudere leeftijdsgroepen. Onder 25- tot 34-jarigen ligt het aandeel dat belegt bijna op hetzelfde niveau als in de andere onderzochte landen. Jongeren zeggen daarnaast vaker dat zij beleggen zouden overwegen. Omdat zij nog aan het begin staan van hun vermogensopbouw, kan hun houding de samenstelling van het Nederlandse huishoudvermogen geleidelijk veranderen.
De eerste verschuiving is al zichtbaar. Banktegoeden vormden in 2025 nog 76% van het liquide financiële vermogen van Nederlandse huishoudens, een lichte afname ten opzichte van 2022. Elders in Europa daalde het aandeel banktegoeden sterker, van 67% in 2019 naar 62% in 2025.
Marieke Blom: "Het beeld van de Nederlander die niet wil beleggen is minder statisch dan vaak wordt gedacht. Juist onder jongere generaties zien we dat de stap naar beleggen normaler wordt. Die ontwikkeling kan huishoudens helpen vermogen op te bouwen én bijdragen aan de Europese ambitie om meer spaargeld productief in te zetten.”
Juist onder jongere generaties zien we dat de stap naar beleggen normaler wordt. Die ontwikkeling kan huishoudens helpen vermogen op te bouwen én bijdragen aan de Europese ambitie om meer spaargeld productief in te zetten.Marieke Blom, hoofdeconoom van ING
Het onderzoek is uitgevoerd door Ipsos in opdracht van ING Research onder circa 1.000 consumenten van 18 jaar en ouder in elk van de volgende landen: België, Frankrijk, Duitsland, Italië, Nederland, Polen, Roemenië, Spanje, Zwitserland, Turkije, het Verenigd Koninkrijk en Australië. De steekproeven zijn per land representatief naar geslacht, leeftijd en regio. Het veldwerk vond plaats tussen 27 juli en 7 augustus 2026. De uitgebreide samenvatting van dit onderzoek, voorzien van illustraties, is online te lezen.