Terwijl de woningmarkt kampt met grote schaarste, blijft in veel Nederlandse huizen ruimte onbenut. Ruim de helft van de Nederlanders gebruikt een deel van de woning structureel niet, zo blijkt uit onderzoek van ING. Toch is die ruimte niet vanzelf beschikbaar voor woningzoekenden: privacy is de belangrijkste reden om geen kamer te delen. Tegelijkertijd zou 39% dat wel overwegen en vindt 65% langdurige leegstand van complete woningen onacceptabel. Daarmee ontstaat een opvallende tegenstelling: de steun voor het aanpakken van leegstand is groot, maar woningdelen ligt voor veel Nederlanders gevoeliger.
Het onderzoek laat een mismatch zien: sommige mensen hebben ruimte over terwijl anderen ruimte tekortkomen, terwijl weinig gebruikte ruimte niet altijd op de juiste plek staat of de functie heeft waaraan behoefte is.
Een lege kamer vandaag, een noodzaak morgen De helft van de Nederlanders geeft aan met minder ruimte te kunnen wonen. Toch hebben veel mensen kamers die zij weinig gebruiken, maar bewust beschikbaar houden voor toekomstige behoeften, zoals logees, mantelzorg of thuiswerken. “Nederland telt veel ongebruikte kamers, maar je kunt woonruimte niet simpelweg opnieuw verdelen. Een kamer in Drenthe helpt een starter in Amsterdam niet. En een kamer die vandaag leegstaat, kan morgen nodig zijn voor mantelzorg of een veranderende gezinssituatie”, zegt Wim Flikweert, manager Wonen bij ING.
Nederlanders zoeken niet alleen meer ruimte, maar vooral ruimte met de juiste functie. Buitenruimte staat bovenaan de wensenlijst, gevolgd door een extra slaapkamer en meer opbergruimte. Wie ruimte tekortkomt, heeft minder plaats voor hobby’s, ontvangt minder vaak bezoek of logees en mist soms de privacy om zich thuis terug te trekken. “De krapte op de woningmarkt raakt heel tastbaar het dagelijks leven. Er zijn niet alleen te weinig woningen, maar ook te weinig woningen die passen bij specifieke behoeften en levensfasen, zoals geschikte woningen voor senioren”, zegt Flikweert.
De krapte op de woningmarkt raakt heel tastbaar het dagelijks leven. Er zijn niet alleen te weinig woningen, maar ook te weinig woningen die passen bij specifieke behoeften en levensfasen, zoals geschikte woningen voor seniorenWim Flikweert, Manager Wonen bij ING
Bijna een derde (29%) ervaart de huidige woning als te klein. Vooral starters, die willen kopen maar nog thuis wonen of huren, willen meer ruimte: ongeveer de helft vindt de woning te klein en 61% verhuist het liefst naar een groter huis, tegenover 33% van de woningbezitters. De prijs is daarbij de belangrijkste belemmering. “Starters kijken niet alleen naar hun huidige behoeften, maar ook naar een volgende levensfase. Een woning moet daarom bij voorkeur ruimte bieden voor veranderende behoeften, zoals samenwonen of gezinsvorming. Veertig vierkante meter is dan niet toekomstbestendig”, zegt Flikweert.
Woonbehoeften veranderen gedurende het leven. Bijna een kwart, 22%, zou liever kleiner wonen, onder meer omdat meer ruimte ook meer onderhoud en schoonmaakwerk betekent. Voor steeds meer mensen draait prettig wonen daarom niet om zoveel mogelijk vierkante meters, maar om ruimte die past bij hun dagelijks leven.
Bij volledig leegstaande woningen denken Nederlanders anders dan bij een ongebruikte kamer in hun eigen huis. Volgens 65% is het onacceptabel dat woningen langdurig leegstaan en 62% vindt dat de overheid hier harder tegen moet optreden. Tegelijkertijd vindt meer dan de helft dat eigenaren zelf moeten kunnen bepalen wat er met een leegstaande woning gebeurt.
Bij het beschikbaar stellen van een kamer in de eigen woning ligt de grens duidelijk anders. Een meerderheid zou dat niet overwegen, vooral vanwege het verlies van privacy. Toch staat 39% van de Nederlanders er wel voor open een weinig gebruikte kamer beschikbaar te stellen aan een student of andere woningzoekende. Extra inkomsten vormen daarvoor de belangrijkste aanleiding. “Een volledig leegstaande woning beoordelen mensen duidelijk anders dan een kamer in hun eigen huis”, zegt Wim Flikweert. “Woningdelen kan bijdragen aan een betere benutting van de bestaande woonruimte, maar alleen op vrijwillige basis en met voldoende privacy, zeggenschap en zekerheid voor bewoners.”